RSS

Een dag hierbeneden

Het vangt aan te gieten. Mijn huid

voelt aan als de jouwe – vandaag

draag ik jou – je zit als gegoten.

Ik spook door de winkelstraat,

geheel in jouw geest, al geloof ik niet zo

in dat hogere huis, want zie toch

dat scheisegale, gesloten grijs

boven de opknoopzondag, de hoerige

reclames, domme ziekmaakmuziek.

Een dag die jij niet meer hoeft

mee te maken in levende lijve, al

zou dat alleraardigst, aan alle lege

hectiek zich onttrekkend winkeltje

van zielsrust, met het bordje Heden

gesloten je bijzonder bevallen.

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op oktober 8, 2021 in Uncategorized

 

Achterberg

Ontwaakte bitter de gorgelmerel.

Zoemden Bijenkorfs roltrappen.

Leek al wat gebeurde niet waar.

Scheen het zo, als te Amersfoort.

Galmde de voetstap in de Passage

niet als de mijne of scheen het gras

legendarisch in mijn autolichten.

Stolde de tijd, ging hij tóch door.

Werd van belichtingstijd de klik

nooit gehoord. Bestond speling

tussen hier en nu, toonde mijn

spiegelbeeld mij een vreemde.

Dan had jij de regels aangedragen,

die pasten in mijn schoenen, liepen

in de maat van de gewaarwording

van het subject, genaamd Eric.

Maar ook toen ik, het krijtwit kind,

lachte naar de rover die me slachtte.

Jij in zijn schoenen toen, het lid-

maatschap der hondsen in je hand.

Klootzaks miserabel ejaculaat.

Pollutie van een lang verhoopt

Nobelprijslaureaat, dichter van

het vers dat hij bijna bedierf.

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op april 25, 2021 in Uncategorized

 

Tags: ,

Me kloten voelen

Ik plaatste dit verhaal ooit op het inmiddels ter ziele gegane Volkskrantblog

Ik had daarin de naam van dame dader en het betreffende toneelgezelschap vermeld. Twee vrouwen die ik helemaal niet kende (en zij mij ook niet) reageerden en beten me toe dat ik het allemaal uit mijn duim had gezogen, ‘en dat weet je heel goed,’ voegden ze eraan toe. Niet veel later kreeg ik opdracht van moderator Geert Jan Bogaerts om óf het blog te verwijderen, óf betreffende persoon en gezelschap te anonimiseren. Ik kon zijn eis niet helemaal onredelijk vinden en voldeed aan het laatste. ‘RCTH’ werd ‘toneelgezelschap,’ Anneke met de volle achternaam werd ‘Anneke K.’ Dit bleek onvoldoende want mijn stukje werd tóch verwijderd. Het vervelende was dat ik daarna het origineel niet meer tussen mijn computerbestanden kon terugvinden, en ook enkele andere schrijfstukjes raakte ik kwijt toen het Volkskrantblog werd opgeheven en de ermee gepaard gaande belofte van overheveling naar het inmiddels eveneens gestopt weblog.nl van Sanoma niet werd nagekomen. Maar dit terzijde.

Ik vernam later van mede-toneelspeler Bram L. dat het RCTH-directeur Paul R. was geweest die de Volkskrant had verzocht voornoemde eisen aan mij te stellen. Paul bewaakte de goede naam van zijn toneelschool goed – dat herinner ik me nog wel aan de hand van enkele gebeurtenissen.

Maar verhaal op het Volkskrantblog dus. Het ging ongeveer zo:

In 1998 speelde ik mee in Goethe’s ‘Faust’ van het RCTH. We deden niet alleen deel 1 maar ook het vaak als onspeelbaar beschouwde tweede deel, waarin de rol van Faust werd verdeeld over meerdere auteurs, waaronder ik. Tijdens een repetitie van ‘Walpurgusnacht’ lag ik op een klein podium, omringd door water.

Ik droeg alleen een onderbroek en een wit hemd. Anneke K., met wie ik nauwelijks contact had, waadde door het water naar me toe en kietelde me bijzonder verneukeratief onder mijn kloten. Ik was volkomen stupéfait. Om me een houding te geven zei ik zoiets als ‘ja, zó,’ om het verneukeratieve om te keren, waarop ze verschrikt terug deinsde en riep ‘Och god, straks gaat ie nog omhoog ook!’ Het hele gezelschap zat rondom het tafereel vergaderd en niet één persoon nam er aanstoot aan. Het was ongelooflijk. Zo vaak heb ik gedacht: stel dat ik een vrouw was geweest en een man had dit bij mij gedaan, de verontwaardiging was niet van de lucht geweest.

Bericht bekijken

Jaren later kreeg ik kans mij te revancheren. Het RCTH gaf een voorstelling waarin het publiek rondliep langs kleine hokjes van ongeveer twee m2, die je instapte om achter gesloten gordijn een korte privé-voorstelling van een acteur of actrice direct op jóu gericht te ervaren. En van een van die hokjes stond het gordijn open en daar zag ik haar zitten…Anneke K! Zij was vacant. Ik stapte binnen, sloot het gordijn en en begon mijn éigen voorstelling. Ze kende me ergens van maar wist niet wáárvan. ‘Wie ben jij?’ vroeg ze. En ik: ‘Ik ben de reïncarnatie van van Eric R., teruggekomen speciaal voor jou!’ Van die naam zei ze nooit te hebben gehoord. Wat ik verder allemaal deed en zei weet ik niet meer precies, maar op gegeven moment bracht ik mijn gezicht vlakbij het hare en greep haar tussen de benen. Ik was voorbereid op een klap in mijn gezicht (die ik zou hebben teruggegeven), op tumult, op toelopend volk om haar te ontzetten, op van alles, maar niet op wat toen gebeurde: tot mijn verbazing begon ze te giechelen als een klein meisje. Zo liep het met een giechel af, zonder dat ze notie had gekregen waarover het ging, geloof ik, ik herinner me niet meer of ik haar de achtergrondinformatie heb gegeven.

Twee jaar geleden signaleerde ik haar in café Timmer. Ik zag haar gezicht weer peinzen: waar kén ik die man van?

Bram L. kom ik eens in de zoveel jaar tegen in een of ander café. Ik had hem en een andere Faust-acteur, René K., tijdens een nacht in café Iez verteld van het misbruik in mijn jeugd. Hun vriendschappelijke respons had me ontroerd. Bij een volgende ontmoeting met Bram kwam het voorval met Anneke K. weer ter sprake en hij merkte op dat mijn verleden daarbij meespeelde. Ik antwoordde met ‘ja, natuurlijk,’ maar eigenlijk vond ik dat ook zónder dat verleden mijn verontwaardiging gerechtvaardigd was geweest. Ik heb hem overigens nooit aangesproken over de twee gelegenheden waarbij hij met zijn gezwollen lid tegen mij aan stond te rijden, en dat verbaast me, want ik ben ooit mijn eigen ‘nooit meer Auschwitz’ gaan uitdragen (met excuus voor de wat mank gaande vergelijking met deze historische verschrikking) en heb mij ernaar gedragen, wat me twee maal voor de rechter bracht wegens mishandeling. Vrij milde mishandeling hoor, naar mijn eigen smaak

Over dít geval heeft geen rechter een uitspraak gedaan.

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op april 13, 2021 in Uncategorized

 

Brief aan de vader 2

Ik begon mijn vorige brief met de eerste regels uit die brief van Franz Kafka. In zijn werk herkende ik het bedreigend gevoel van onbekende machten waaronder ik gebukt ging. Ik las het Proces en Het Slot tijdens de pauzes van het vakantiewerk dat u bij uw eigen werkgever, de DSM, voor mij regelde. Verschrikkelijk werk, in zwaveldampen, in het kille licht van de lampjes van een spookjeskasteel. Later las ik thuis boeken óver Kafka, gestolen uit de bibliotheken waarin ik stage liep. Ik las ze, gezeten aan dezelfde tafel als u. Toen ik op de Bibliotheekacademie voor Duitse letterkunde een boekbespreking moest maken koos ik voor de Brief aan den Vater, met die beginregels waarmee ik mijn vorige brief opende. Furcht vor Dir… Ik wist niet precies waarom ik zo bang voor u was. Doodsbang, net als mijn broer, zo vertelde die me later eens. Ik leverde een waardeloze boekbespreking af, een zonder enige diepgang of inzicht in wat dan ook; ik leefde met een afgevlakt gevoel, een nevelige geest, een afgeklemd middenrif. Maar ik wist heel vaag dat er ‘iets’ speelde tussen u en mij, waardoor we elkaar niet lang in de ogen konden kijken, want ú zou bang en dan woedend worden, en dan zou ík bang worden. Ik had het gebeurde verdrongen. U heeft zelf wél altijd geweten waarom het ging, besef ik nu, en u zocht manieren om nader tot elkaar te komen. Samen naar de nachtfilm op de Duitse zender kijken was zo’n manier. Terwijl moeder in bed lag en op de vloer bonsde om ons te manen naar bed te gaan. Ik hoorde haar een keer tegen u zeggen: ‘wat heeft dit nou voor zin.

Verrek, ik merk nu dat ik je weer keurig vousvoyeer…

Als we in de huiskamer zaten tv te kijken probeerde ik wel eens met de benen over elkaar geslagen te zitten. Dat lukte nét, met die vastzittende liezen van me. Maar ook probeerde ik ‘mannelijker’ te zitten, door een been met de enkel op de knie van de ander te laten rusten. Dan voelde ik me bekeken door jou, dan voelde ik gevaar want dan ‘provoceerde’ ik u naar mijn gevoel, dan had ik het gevoel iets onder de aandacht te brengen, te onthullen wat geheim moest blijven, al wist ik niet wat of waarom. Nu weet ik dat het ging om zichtbaar maken van de ‘plaats delict’: mijn kruis (ik had zojuist per abuis ‘ontlullen’ geschreven, en nu ik ‘per abuis’ heb gebruikt herinner ik me dat jij die uitdrukking zelf vaak gebruikte, bijvoorbeeld als je je tot mij richtte in de derde persoonsvorm en zei ‘nou, is je vader nou zó abuis?’). Ik wist toen wel dat u zou zien dat deze houding mij eigenlijk niet lukte, dat ik hem quasi ontspannen volhield en dat u me daarom geen man zou vinden, zo vulde ik dat toen in..

Het had sowieso al aardig op mij ingehakt dat u een keer, toen u mij zag staan in de badkuip, met dédain uw neus optrok en smaalde: ‘meisjesbillen…’ (Hoe krijg jij in vredesnaam het in je hoofd zoiets tegen je kleine jongen te zeggen??!!! En nog aparter: zo’n tien jaar later, toen ik een jaar of zeventien was en ik me na het baden stond af te drogen, ging opeens de badkamerdeur open en daar stond jij, naast je vrouw, de het initiatief hiertoe genomen hebbende vader- en zoon- opvoedster, en mijn moeder zegt: ‘papa is jaloers op jouw mooie lichaam. Jij staat ernaast met verlegen, welwillend glanzende ogen van ja te knikken.)

Op zekere leeftijd ruilde ik mijn slaapkamer in voor die van de zussen, die inmiddels het huis hadden verlaten. Ik lag in bed, met mijn vlak tegen elkaar gedrukte handen tussen mijn binnenste dijbenen geklemd, mijn adductor longus in een soort spasme (zo heb ik, besef ik nu ik terugblik, dus jaren lang gelegen).

Mijn moeder zag het, toen ze mijn bed bezocht en laken en deken weg trok om mij beter in te stoppen, met een moederlijk geruststellende glimlach trok zij mijn handen weg. Ik ben die mij altijd bijgebleven herinnering door de jaren heen gaan invullen als een ingreep tegen verboden ‘zelfbevlekking,’ maar ik herinner me nu ook dat ik destijds twijfelde over de reden van haar ingreep, ik voelde dat er een mogelijke andere reden was, maar wist niet welke. Dat weet ik nu inmiddels wél. Je zou, in tegenspraak tot wat ik eerder schreef, kunnen stellen dat de herinnering aan uw uit frustratie geboren wangedrag voor een tweede maal, weerom zonder woorden, tussen moeder en mij in gedachten werd gedeeld, althans…door mij zo half en half.

Tot zover, ik schrijf je binnenkort weer.

Ik hou van je, altijd gedaan. Bij je dood was ik ontroostbaar.

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op januari 4, 2021 in Uncategorized

 

De adolescentie

Je vindt jezelf in je dunne jas dappere dichter

der levensangst, draagt doorlopend deze regel

die niet lopen wil voor je uit, herhaalt, herschikt

de doodgeboren woorden – voelt ongeschikt.

Je wou, je was zo’n echte poète maudit,

zo’n doorrookte, decadente fransoos, aan

syfilis en absint geniaal ten gronde gaand.

Dan wel voorzichtig, en maar voor een poos.

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op december 29, 2020 in Uncategorized

 

Brief aan de vader 1

Liebster Vater,

Du hast mich letzthin einmal gefragt, warum ich behaupte, ich hätte Furcht vor Dir. Ich wubte Dir, wie gewöhnlich, nichts zu antworten, zum Teil eben aus der Furcht, die ich vor Dir habe, zum Teil deshalb, weil zur Begründung dieser Furcht zu viele Einzelheiten gehören, als daβ ich sie im Reden halbwegs zusammenhalten könnte. (Franz Kafka; Brief an den Vater)

Hee, ouwe! Het is 32 jaar geleden dat je je laatste adem uitblies in een ziekenhuisbed in Heerlen, míjn geboorteplaats. Met een bijna onhoorbare laatste zucht ging je, laatste van een ademhaling die in de laatste dagen steeds verder was afgezwakt, een futiel zuchtje, dat ik nu nog steeds meen te kunnen horen, lieve pa, gefrustreerde eikel. Bij je sterfbed waakte ik met mijn zus, lezend in Bordewijks ‘Bint,’ hopend dat je het nog even zou volhouden tot ik het uit had.

Nu je deze eerste zinnen gelezen hebt, ben je uitzinnig van woede, want ik heb je aangesproken met ‘ouwe,’ en ik heb je getutoyeerd, zoals mijn klasgenoten bijna allemaal probleemloos deden bij hun eigen vader, en dat ‘gefrustreerde eikel’ voegde ik op het laatste moment toe. Til daar niet te zwaar aan. Ik til ook niet zwaar aan die drie keer dat je over mij tegen je echtgenote (misprijzend naar mij toe aangeduid met ‘je moeder’) uitriep: ‘die jongen kan ook werkelijk helemaal niéts!’

Terwijl ik dit schrijf is de Rotterdamse straat waarin ik woon spookachtig stil. Stil als de straten van mijn jeugd in dat vermaledijde Geleen konden zijn. Dat zit zo: er heerst een pandemie, een virus plaagt de wereld, en vrijwel overal heerst een Lochdown, zo noemen ze het. Op slot…maar ik lijk juist open te gaan, en alle oude angst opnieuw te voelen. En ik schrijf dit met mijn dijbenen aaneen gedrukt, zoals ik ook deed als ik met mama en jou aan de eettafel zat, je blik vermijdend, mijn voeten stevig op de grond geplaatst bij elke lepel soep die ik naar mijn mond bracht, opdat mijn hand niet zou trillen. Van moeder moesten we de linkerhand op tafel leggen. Vanuit mijn ooghoek zag ik de jouwe daar liggen als een vuist, je balde die zo hard dat de knokkels zich door de huid aftekenden in de gelig witte kleur van de gewrichten van de kippenpootjes die we aten. Wat afwisselend angst of ergernis was, moest verborgen blijven op mijn gezicht, dus sloeg ik het op in de gekromde tenen in mijn sandalen – dat waren weliswaar open schoenen maar onder tafel onzichtbaar – of door mijn billen samen te knijpen. Maar vooral hield ik altijd mijn liezen aangespannen. Weet je hoe dat komt? Ja, natuurlijk weet jij dat.

Wat een geweldige pa was je ook! (dit is een vorm van ironie) Toen ik rond mijn 33ste – jij was toen nog niet lang geleden gestorven – yogales volgde bij Charles Hond, kwam je geest elke keer aan het einde van de les, als we op de vloer lagen te ontspannen, je over me heen buigen. Weet je nog? Het was haast levensecht. Ik lag tussen de andere cursisten op mijn rubberen matje de ontspanning na de zware oefeningen te ondergaan. Charles had het licht gedimd en liep als de kalmte zelve tussen ons door en zei af en toe wat: ‘voel de zwaarte van je lichaam op de grond,’…’als je je tong tegen je verhemelte aangedrukt houd, laat dan los’ De ademstiltes tussen het uit- en inademen waren de diepste belevingsmomenten. En op het eind van elke les gebeurde het, elke week opnieuw. Levensecht leek het, zoals je je dan over me heen boog, en dan verscheen uit the singing detective de vogelverschrikker die zong: you lose the bessest pal you’ve ever had.

Charles probeerde mijn versteende liezen op alle mogelijke manieren los te krijgen, ook door er warme rubberen kruiken tegen aan te leggen, maar het lukte niet. En zelf had ik het idee dat áls het me zou lukken, ik in een soort psychose zou geraken. Hij had dat op gegeven moment wel door; toen een keer een arrogante leerling van hem mij wilde dwingen, hield hij deze tegen met waarschuwend gebaren. Ik had toen nog geen idee waar het over ging.

Man met ballen. Hoe wordt je dat, als je je ballen moet beschermen tegen je eigen vader? En niet alleen letterlijk, Japio! Waar waren míjn ballen toen jij ze had om, toen je je eigen dochters niet meer herkende, te proberen ze te versieren, niet gehinderd door enige scrupules in je demente hersens? Eerst speelde je casanova tegen je oudste dochter I. Maar toen de aantrekkelijker bevonden dochter G. de kamer binnenkwam verschoof je aandacht onmiddellijk naar haar. Zij reageerde wel luchtig en grappig, moet ik zeggen, lachend riep ze: ‘Maar pa, ik ben je dochter!’ ‘Ja ja, haha, dat is een goeie!’ reageerde je. En toen kwam die vernietigende blik naar mij, de zogenaamde concurrent. Mijn ballen verschrompelden tot niks, de diepst mogelijke minderwaardigheid bekroop me, ik kromp ineen. Je nam het waar en wat een schampere grijns gaf je me in je ‘overwinning’ op die kneus zonder ballen.

Dat waren nou de ballen die jij als diep gefrustreerd weekdier kwam bevoelen toen ik, een kind, in bed lag.

Als je zo geruisloos mogelijk de trap omhoog sloop, dekte ik mijn geslachtsdeel af met mijn handen, die ik tussen mijn aangespannen liezen zo stevig mogelijk tegen elkaar klemde. Ik reguleerde mijn ademhaling zo dat hij vrijwel onhoorbaar en onzichtbaar was. Ik hield me als het ware dood.

Volgens mij is het maar een of twee keer gebeurd. De keren erna kwam je wel nog mijn slaapkamer binnen, zogenaamd iets zoekend in het bureau, vechtend tegen je aandrang, dan hoorde ik je ‘nee, nee’ tegen jezelf zeggen.

En elke volgende avond zou moeder mij weer toestoppen in bed, dan spande ze, ter bescherming, laken en deken zo strak mogelijk over mij heen, verstopte ze mij voor jou. Dan tekende haar duim nog een kruisje op mijn voorhoofd, om mijn zogenaamde engelbewaarder op te roepen over mij te waken.

Op een van zulke avonden zei ze: ‘het liefste deed ik ook nog de snelbinders over je heen.’ Toen besefte ik dat zij wist wat zich in huis afspeelde. Ik legde een uitdrukking van onderlinge verstandhouding in mijn ogen, en die beantwoordde ze op dezelfde wijze. Nadien is het nooit meer tussen haar en mij ter sprake gekomen. Mijn moeder was van onder het tapijt vegen, zij het na maatregelen te hebben getroffen.

Hebben jullie er eigenlijk onderling wél over gepraat, overjarige frusto die je bent? Ik weet wel zeker van ja, waarbij ik me afvraag hoe jij daar dan bij zat, hoe voelde je je dan, lulhannes? Daar heb ik het de volgende keer nog wel over.

Maar eerst vertel ik wat ik nog maar kort geleden heb ontdekt: die samengeknepen liezen, dat naar achteren gedrukt houden van mijn kruis, waardoor ik vrouwen wel vaker, terwijl ze met duim en wijsvinger 1 of 2 cm aanduidden, hoorde zeggen: ‘zó’n klein piemeltje,’ dat komt niet door al die de verkrachters die me in mijn reet en mijn mond neukten, zoals ik de afgelopen kwart eeuw heb gedacht, nee, dat komt door joú. godverdomme!

Weet je, ik had over alles een boek willen schrijven, zo volledig mogelijk zijnd, maar ik heb het opgegeven. Maar ik moet het evengoed wel even kwijt, het onder woorden brengen om mezelf te leren begrijpen. Taal is bewustzijn.

‘Sorry’ dat ik je in deze brief getutoyeerd heb, grmpf! En ik heb ook één keer gevloekt (word je nu weer uitzinnig van woede?)

Nog steeds met oprechte liefde, nog steeds ondermaans verblijvend, etc…tot schrijfs.

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op december 17, 2020 in Uncategorized

 

Gans

Iets voor je geestesoog, iets waarheen je

reikhalzend je repte, wiekend vlak boven

de wei van Ot en Sien, zo scheen het.

Je keel zo schor van onpeilbaar diep

heimwee. En waar, onder dezelfde zon?

Uit welk oud verhaal? Achter welke dingen?

Wij er stil van. Wij meenden óók ergens

thuis te horen. Van tussen onze oren leek

hij uitgevlogen, aan het licht gekomen.

Was jij erbij geweest, je had dat gevoel

vast wel herkend – of wellicht was je

het zelf wel, in gans dat oer-verlangen,

in heel die geest, kortstondig belichaamd

in hem, nog onderweg; je was immers

nog maar kort geleden van ons weggegaan.

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op oktober 12, 2021 in Uncategorized

 

De kameel

(We are such a nice invention, Yehuda Amichai)

Voor Nomi

Tomeloze, op je gouwe sloffen,

je Dietrich-benen, Jan boerenfluitjes.

Je draagt het landschap op je rug

met zachte vacht door de nacht.

En draagt ons mee, in miniatuur.

Twee, die delen de helende breuk

met het onvolledige. Som waaruit

een telganger zonder slot opstond.

Die koerst nu aan op eeuwigheid.

Om kwart voor quatsch: exact op tijd.

In een pyjama van sterrengepinkel.

In zijn hum, onze eigenste adem

daarin, fluit hij leuklippig liedjes

van overzee, onder de melkweg.

Omvat ik je billen voor de dans,

doet hij de pasjes in hemeltrance.

Soms, in de stilte van onze vallei,

roepen bulten beelden op, regels

als: über allen Gipfeln ist Ruh.

Goet hè?! roept hij ons ka-melig toe.

Door ons bewogen, wil hij niet

dat wij ooit voorbijgaan, wij mooie

uitvinding, gedaan met de ogen

dicht, in de duinen van Kijkduin.

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op oktober 12, 2021 in Uncategorized

 

Aan Zich van Verre

Jij, die ik zal worden,

beschrijf me, hoe ik hier

van verre, aan je lippen hang

aan je verre lippen hang,

op je woorden wacht.

Over hoe het liep van hier

naar daar, van mij naar jou.

Al die versleten schoenen.

Wat voel je nog van mij

in je? Ik duizel

van geen herinnering.

En als je de woorden niet weet

dan omhels me dat ik

kan breken en helen, als je

wil, ik mis zo dat

iemand dat deed toen.

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op oktober 4, 2021 in Uncategorized

 

Convenant

Ben ik golf? Ben ik deeltje?

Om het even – in het zonderlinge

van mijn doen kan ik mij vinden.

Als een kat kom ik atijd op

mijn pootjes terecht, altijd en al

dan niet gezien door zo’n detectie-mesjien.

Logisch inconsistent dans ik door

de kleine deeltjestent als gedurend

zijn glanscarrière Fredje Astaire.

Stemmingswisselingen mij niet

vreemd maar mij eigen en om nog

meer schik in me eigen te krijgen.

Wars van hokjesdenken spin ik,

gedij ik bij mijn mysterie – vraag maar

aan iedereen die me niet kent.

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op september 4, 2021 in Uncategorized

 
Afbeelding

Verzwegen vroeg zelfportret

 
Een reactie plaatsen

Geplaatst door op juni 8, 2021 in Uncategorized