Corona, de pandemie. Het virus lijkt op zo’n contactzeemijn met stekels, maar dan met heel veel van die stekels, spikes geheten. Daarmee dringen ze de cellen van de gastheer binnen.
Nooit gedacht een pandemie ooit te zullen meemaken. Griezelige, ‘onwezenlijke’ tijd. Onwezenlijk in de betekenis van ‘niet echt lijkend,’ je weet wel, schrijver dezes, net als vroeger, en nog heel lang daarna, en nu nog steeds.
Ik kijk naar buiten en denk: de straten zijn nu net zo bedreigend en onwezenlijk voor hén als ze vroeger voor míj waren, en eigenlijk nog steeds zijn.
Maar zíj kunnen er met elkaar over praten, dat is het grote verschil.
In deze tijd één zijn, jaja…
Maar tegelijkertijd begin ik het wezenlijke in mijzélf weer te voelen, dankzij de stilte rondom mijn woning. Stilte die mijn oren de rust en mijn ogen weer de kost geeft. De rumoerige trams zijn sterk uitgedund en alle andere geluiden zijn vrijwel verdwenen. Mijn opgetrokken schouders zakken ontspannen omlaag. Opeens beleef ik intens mijn interieur en het interieur van mijn woning. In dat ontspannen gevoel zie ik opeens weer de tekeningen aan de muur (ik wist niet eens meer dat ze daar hangen), de gesoldeerde objecten, ik zie álle dingen in mijn kamer, in volle visuele beleving ontmoet ik ze, op anderhalve meter afstand. Wat een aangename binnenwereld, wat een vredigheid, wat een genot voor de man die hier al meer dan dertig jaar verkeerd woont. Ik ga erdoor vanzelf dit schrijven, al zijn deze gedachten niet interessant voor een ander, maar dat is het meeste op facebook niet.
Die witwastent Doner kebab was één dag gesloten, wat me bevrijde van zijn gore, drekkige neonlichten, maar de volgende dag beseften ze dat ze open mogen blijven voor afhalen, dus met de stoelen en tafels aan de kant draait Doner weer verder, nog steeds zonder trema.
‘ik ga niet op zoek naar iets / dat niet op zoek is naar mij’. is een regel uit een gedicht van Asha Karami’s bundel Godface. Hans Puper attendeerde mij op haar in een positieve bespreking in Meander. https://meandermagazine.nl/2019/12/asha-karami-godface/ Over haar gedichten zegt hij: ‘een enkele keer zelfs zijn ze nauwelijks te begrijpen, maar voel je ze wel aan’ of Het is zo’n gedicht waarbij rationeel lezen weinig oplevert , maar waarvan je weet dat het klopt.’
Daarna vond ik een korte bespreking door Arjan Peters van háár bundel, en een van Eva Gerlach. https://www.volkskrant.nl/cultuur-media/je-hoeft-niet-alle-poezie-te-begrijpen~bc90c9d7/ Over de laatste zegt hij: ‘ik moet bekennen de tekst niet te begrijpen, en dat dat de waardering in de weg staat.’ Daarna citeert hij regels uit een onbegrijpelijk gedicht van Karami:
dit is voor velen moeilijk
te begrijpen als je dit begrijpt
dan begrijp je het en als je het niet
begrijpt begrijp je het op een dag wel’
en sluit af met de ongetwijfeld ironisch bedoelde regel ‘zo stelde Asha Karami mij geheel gerust.’
Arjan Peters houdt niet zo van interessantdoenerij of van wat hij ziet als arrogantie, bij bijvoorbeeld Ilja L Pfeijffer of Harry Mulisch. (Over de laatste plaatste hij eens iets op Facebook, waarop ik reageerde met ‘hij (Mulisch) is dan ook onsterfelijk,’ waarop ik een like kreeg van hém, en – dat was de leukste – van dochter Frida Mulisch. Haar liefde voor haar vader is hartverwarmend)
Onbegrijpelijk… zoiets word ook wel eens gezegd over gedichten van Tonnus Oosterhoff: ‘ooit zullen we ze hopelijk begrijpen,’ maar dat heeft zijn waardering en de PC Hooftprijs niet in de weg gestaan.
Als een gedicht zijn betekenis niet (meteen) prijsgeeft kan je evengoed worden gepakt door de muziek van de woorden, door fraaie regels, rake beelden die uit het onbegrijpelijk geheel opspringen. Bij Oosterhoff gebeurt dat soms wel, soms niet.
Sommige dingen blijven voor mij onbegrijpelijk. Zo word verteld dat mondkapjes niet helpen tegen het virus, niettemin worden hemel en aarde bewogen om het tekort in de medische zorg aan te vullen, daar kan men natuurlijk geen afstand van patiënten houden. Maar kom niet aan met ‘ze sluiten niet 100 procent af dus het virus komt toch wel binnen.’ Op straat anderhalve meter afstand houden én mondkapjes dragen lijkt me extra veilig. Wellicht verandert het advies wanneer de kapjes weer ruim voorradig zijn.
Ik zag eens de film ‘The mist,’ althans het einde daarvan. In de overdramatisering van de huidige situatie moest ik daaraan denken: https://www.youtube.com/watch?v=ktqNNsVJhUE
In DWDD en op Solo’s facebookpagina kwam Camus’ ‘De pest’ ter sprake. Ik las het, of beter: worstelde mij er doorheen, gezeten aan de tafel waaraan ook mijn vader zat te lezen in avondblad ‘De Tijd’ of in zijn Reader’s Digest. Hij bemoeide zich niet met mijn lectuur, was niet nieuwsgierig naar wat ik las, al zal hij het in mijn afwezigheid misschien wel eens hebben ingekeken.
Op deze zonnige dag schenkt het keukenraam mij uitzicht op een schijnbaar onbekommerde lente. Er blinken ontluikende knopjes aan de bomen, het licht op de dingen glinstert als blingbling, enkele auto’s rijden glansrijk rond, paartjes lopen hand in hand, twee meisjes bekken mekaar op een wijze die ik nooit eerder in het openbaar heb gezien, moeders met kinderwagens, lachende mensen, steppende kinderen, een oude man met een wandelstok, en zo verder, dat ik denk: zouden ze afgelopen nacht een serum of vaccin hebben gevonden? Bijna ga ik googelen, ware het niet dat ik weet dat dit onzin is.
Als je boodschappen doet sta je er versteld van hoeveel mensen het anderhalve meter-voorschrift niet opvolgen. Ik zat een sigaretje te roken voor mijn huis en men passeerde mij rakelings. De teringmutsjes die met een mobieltje voor hun neus bijna tegen je aan botsen waren altijd al een plaag, maar nu heb ik helemáál zin om ze een klap te verkopen. Maar dan moet ik daarna extra goed mijn handen wassen – nee, ik neem het risico niet. Toen er eentje vlak langs me liep begon ik demonstratief hard te hoesten, maar dat drong niet tot haar door, zozeer ging zij op in haar wereldliteratuur.
Op mijn veelgelezen veelgeprezen influential, meningmakende & opinievormende fabookpagina, linkte ik voor de lezers met korte adem, om hen te doen lachen, te laten bewonderen, bevreemden etc. de: https://nl.wikipedia.org/wiki/Tzumprijs_voor_de_beste_literaire_zin
Zo amuseer ik i.e.g. mijzelf.
In EenVandaag beveelt Splinter Chabot ons boeken aan om door deze zware tijd heen te komen. Zoals? Nou, zoals Thomas Manns Dood in Venetië. ‘Dat je even héél ergens anders kan zijn en wat is dan beter dan het romantische décor van Venetië. Daar breekt, ik geloof de cholera uit maar de schrijver gaat de stad niet uit want hij is verliefd op een jongen en daarom blijft hij…’ Mag ik iets anders ajb? Dan lieverTonio Kröger, dát ga ik eens herlezen.
‘Het tenenkaasimperium’ zag ik nu voor het eerst, op troost-tv. Leuk. Ook de terugblik op het EK1988 was erg aangenaam, mede vanwege het zomerweer dat door het scherm heen de kamer verwarmde. Speculaties over de eventuele positieve invloed van de komende zomer hoor je niet meer. De wereldkaart toont dat het virus minder huishoudt op het nu zomers zuidelijk halfrond, maar of dat iets te betekenen heeft? Dunner bevolkte gebieden natuurlijk ook…grotere afstanden.
Ionica Smeets in de Volkskrant: Bij mij is de vraag niet of het glas halfvol of halfleeg is, maar of je eens wilt kijken hoe mooi dat glas eigenlijk is. En kijk nou, er zit ook nog wat in.
Kijk, das nou mooi, het is wars van het therapeutische gezeik over half volle of half lege glazen, zodat ik niet uit afkeer demonstratief het tweede gezichtspunt hoef uit te dragen. Er word gezegd dat kunst het leven leefbaar maakt, en dat is zo, althans voor mij. Het lijkt ook op wat psychiater Bram Bakker aanbeveelt: ga niet voor een queeste voor geluk.
Waar ik niet goed van word zijn de vele selfmade-filosofen die nu spreken over hoe nietig we nu eigenlijk blijken te zijn, waar we eerst…en dan komt er van alles over het economisch systeem, de cultuur, de wetenschap etc., waar we tot nu toe zo trots op waren maar zie nu eens…
Gaat er iets veranderen als de corona-crisis voorbij is? Ja, ik geloof dat na het in de banksector verdwijnen der bonussen het salaris verhoogd werd. M.a.w.: ik geloof er niets van. Ik leerde het begrip autarkie kennen, iets waar mijn ideeën al bij verkeerden n.a.v. de global warming, de co2-uitstoot, het internationale handelsverkeer met hun schepen en vliegtuigen op fossiele brandstof, CO2 uitstotend als de neten, kan die banaan uit Verweggistan ook in kassen worden verbouwd, dat soort misschien naïeve gedachten. Op zo schoon mogelijke energie natuurlijk. In China bestaan al dorpen die geheel hun eigen voedselproductie op zich nemen en wellicht ook energieopwekking dat weet ik niet.
Lage lonenlanden, verhoog uw lonen,
opdat het niet meer loont dat wij alles
van daar hierheen laten komen!
Inmiddels is de avond gevallen. De koplampen van een auto schijnen mijn keuken in. Bij nadere beschouwing blijken het de lichten van twee naast elkaar stilstaande motoren te zijn. Op de voorgeschreven anderhalve meter afstand.